Flexibel gedrag: Het veranderen van gedragsstijl en/of invalshoek om een gesteld doel te bereiken.
heeft een doel voor ogen
kan de inhoud van het proces onderscheiden
stelt de eigen aanpak ter discussie
houdt vast aan gestelde doelen, maar wisselt van aanpak, invalshoek of gedragsstijl om ze te bereiken
herkent blokkades die het realiseren van het doel belemmeren
onderkent wanneer een gekozen aanpak of benadering geen effect heeft
kan afwisselen tussen het hanteren van logische argumenten en het inventariseren van de oorzaak van de weerstand
houdt niet vast aan een benaderingswijze of dezelfde argumenten om doelen te bereiken
speelt soepel in op onverwachte wendingen
veert mee met de gesprekspartner zonder het eigen doel uit het oog te verliezen
verandert van benaderingswijze als de weerstand aanhoudt (andere invalshoek, nieuwe argumenten)
hanteert verschillende argumenten en een alternatieve stijl op soepele wijze
stelt problemen in een ander daglicht
past de eigen tactiek aan aan de mate en soort van weerstand
maakt gebruik van meerdere beïnvloedingstactieken (lobbyen, de beslissers benaderen, sponsors zoeken)
maakt gebruik van de ideeën en van subtiele signalen van anderen om hiermee het gesprek in de gewenste richting te sturen
wisselt verschillende gedragsstijlen af om anderen effectief te beïnvloeden
Flexibel gedrag is makkelijk ontwikkelbaar als enerzijds op de drijfveer Doelgerichtheid hoog (7, 8, 9)gescoord wordt en anderzijds op de drijfveren Conformeren en Orde & structuur laag (1, 2, 3) gescoord wordt.
Zijn er de afgelopen maanden omstandigheden geweest waardoor het voor u moeilijker werd uw doelen te behalen? Geef eens een aantal voorbeelden hoe deze externe omstandigheden u negatief beïnvloed hebben.
Bent u wel eens onder druk gezet om uw visie of plan te wijzigen? Wat deed dit met u?
Beschrijf een situatie waarin een ander niet deed wat u wilde. Hoe heeft u deze persoon verleid om toch toe doen wat belangrijk voor u was?
Past u zich gemakkelijk aan veranderingen aan? Geef eens een aantal recente voorbeelden die illustreren hoe u hiermee om bent gegaan.
Heeft u zich onlangs in een gesprekssituatie bevonden waarbij u uw doelen niet realiseerde? Wat heeft u toen gedaan?
Bedenk wat u belemmert om te schakelen. Houdt u graag vast aan het oude? Waar voelt u precies weerstand voor? Wilt u vasthouden aan datgene wat u reeds van plan was? Houdt u erg van een oude aanpak in uw werk? Werkt dat ook nog in het heden voor u?
Probeer meerdere alternatieven te bedenken voor uw probleem.
Als uw omstandigheden veranderen, stel uzelf dan regelmatig de vraag of en hoe u uw doel op een andere manier (beter) kunt bereiken.
Sta bij tegenwerking of weerstand stil bij wat er precies gebeurt en laat eventueel uw bestaande plan deels los. Probeer het perspectief van de andere partij te begrijpen, stel vragen om erachter te komen welke bezwaren de ander heeft zodat u daar op in kunt spelen.
Geef de ruimte voor meningen en handelen van anderen.
Schakel tijdens de coaching regelmatig om van stijl en bespreek de reactie van uw kandidaat hierop.
Zorg dat uw kandidaat oefent met situaties die hij moeilijk vindt of nooit toepast door dit bijvoorbeeld ineen rollenspel te oefenen.
Werp bij een rollenspel weerstand op (“dit kan echt niet, dit kan ik niet maken, dit werkt niet zelfs al zou ik het willen”) en laat uw kandidaat oefenen hiermee strategisch om gaan.
Indien uw kandidaat een leidinggevende is, breng dan situationeel leiderschap ter sprake. Voor leidinggevenden zijn goede oefenmomenten: coaching-, functionerings- en beoordelingsgesprekken, vooral als hierin weerstand verwacht wordt.
Zorg dat uw kandidaat 360° feedback vraagt aan anderen. Hoe ervaren zij zijn bereidheid zich flexibel op te stellen? Wat vinden zij goed gaan en wat zijn eventuele ontwikkelpunten? Bespreek de rapportage met hem.
Copyright © TMA Method 1999-2018